Borstsparende operatie

Bij een borstsparende operatie blijft de borst behouden. De chirurg neemt alleen de tumor weg en een rand van gezond weefsel eromheen. Een borstsparende operatie is alleen zinvol als het gezwel niet te groot is in verhouding tot de grootte van de borst. Anders is het cosmetisch resultaat teleurstellend. Uw chirurg bespreekt met u of een borstsparende ingreep mogelijk is bij u.
Na een borstsparende operatie is altijd bestraling nodig. Het verwijderen van de tumor in combinatie met bestraling is net zo veilig als het verwijderen van de gehele borst. Door de bestraling kunnen vorm, kleur en de soepelheid van de borst veranderen.

Mammatumor lokalisatie

Bij een borstsparende operatie moet de chirurg precies weten waar de afwijking zit die hij moet verwijderen. Als de chirurg de tumor niet kan voelen, is het belangrijk de afwijking goed te markeren. Dat gebeurt met een draad of jodiumzaadje, op basis van de mammografie en echografie-beelden. We noemen dat lokalisatie. Beide methoden leggen we hier uit. Welke methode voor u het meest geschikt is, besluit het multidisciplinair team.

Borstamputatie

Bij een borstamputatie verwijdert de chirurg de gehele borst. In de meeste gevallen verblijft u na de operatie slechts enkele uren op de dagverpleging en mag u dezelfde dag nog naar huis. Bij een medische indicatie volgt een korte opname op de verpleegafdeling. In de meeste gevallen kunt u dan de dag na de operatie weer naar huis.

Schildwachtklierprocedure/OSNA

Het is belangrijk te weten of de borstkanker is uitgezaaid. Als borstkanker zich uitzaait, gebeurt dat in verreweg de meeste gevallen in eerste instantie naar de lymfeklieren

Onderstaand leggen we u uit wat de gang van zaken is rondom de operatie.

Okselkliertoilet

Als de schildwachtklierprocedure uitzaaiingen aantoont, kan dat reden zijn om meer lymfeklieren te verwijderen. Deze ingreep heet ‘okselkliertoilet’ en gebeurt vaak direct tijdens de operatie van de borst. Het is niet altijd meteen duidelijk of een okselkliertoilet nodig is. Soms geeft het pathologisch onderzoek van de verwijderde tumor pas uitsluitsel daarover. Uw behandelend team wacht dan eerst de uitslagen af en bepaalt op basis daarvan welke behandeling nog nodig is. Dat is ongeveer een week na de operatie. Een tweede operatie is soms nodig om alsnog de overige lymfeklieren uit de okselholte te verwijderen.

Reconstructie van de borst

Na een borstamputatie of borstsparende operatie is vrijwel altijd een borstreconstructie mogelijk. De plastisch chirurg voert de operatie uit. Er zijn verschillende manieren om een borst te reconstrueren. Welke manier voor u het beste is, hangt af van verschillende factoren. Er zijn twee mogelijkheden van borstreconstructie die we u onderstaand uitleggen.

 

Bestraling

Radiotherapie is een behandelingsvorm die gebruik maakt van straling. Radiotherapie wordt onder meer gebruikt bij de behandeling van kanker, maar ook andere (niet-kwaadaardige) aandoeningen komen soms voor een bestralingsbehandeling in aanmerking. Voor de bestraling wordt gebruik gemaakt van röntgenstraling die echter vele malen sterker is dan de straling die gebruikt wordt voor het maken van röntgenfoto’s. Soms wordt ook een radioactieve bron gebruikt die in het lichaam in of dichtbij de tumor wordt aangebracht. Voor alle gebruikte straling geldt dat deze onzichtbaar, niet te ruiken en niet voelbaar is.

Chemotherapie

Bij chemotherapie krijgt u één of meerdere medicijnen per infuus toegediend. Dit zijn medicijnen die cellen doden of de celdeling remmen. Chemotherapie maakt geen volledig onderscheid tussen kankercellen en gezonde cellen. Gezonde cellen kunnen dus ook beschadigen, maar herstellen weer.

De juiste behandeling voor elke patiënt
Elke patiënt is anders en verdient een advies en behandeling op maat. Het multidisciplinaire team bespreekt elke patiënt bij diagnose en ná de operatie. Elke professional die betrokken is bij de borstkankerzorg is hierbij aanwezig. Het behandeladvies komt tot stand op basis van de medische gegevens, maar houdt ook rekening met de persoonlijke situatie en voorkeuren van de patiënt.

Doelgerichte therapie

Bij ongeveer 20% van alle borstkankerpatiënten is sprake van een verhoogde aanwezigheid van zogenaamde HER-2 receptoren op de borstkankercellen. Deze vorm van borstkanker is te behandelen met het medicijn Herceptin (= Trastuzumab). Dit medicijn bindt aan de HER2-receptoren en blokkeert deze. De receptoren kunnen daardoor geen groeisignalen meer ontvangen of doorgeven. Hierdoor kan de tumorcel zich niet meer delen en dat remt de groei van de tumor. Dit noemen we ‘doelgerichte therapie’. Deze behandeling vindt vaak plaats in combinatie met chemotherapie wat het effect van beide behandelingen versterkt.

Behandelingen
Bij de adjuvante behandeling (behandeling na de operatie) krijgt u Herceptin toegediend als onderhuidse injectie, om de drie weken, gedurende één jaar. Als u chemotherapie krijgt, wordt Herceptin gelijktijdig met de chemotherapie toegediend.

Hormonale therapie

Hormonen zijn stoffen die ons lichaam zelf aanmaakt.  Bij hormoongevoelige tumoren zorgen hormonen er bijvoorbeeld voor dat de tumorcellen vaker delen waardoor de tumor groeit. Hormonale therapie blokkeert of remt de werking van deze hormonen zodat de tumorgroei stopt. Hormonale therapie is eigenlijk een antihormoon therapie.

MammaPrint

Een andere manier van beoordelen of u voordeel heeft van een behandeling met chemotherapie is de Mammaprint.  Dit is een test waarmee wordt bepaald hoe agressief uw borsttumor is en of u een hoog of laag risico heeft op het terugkomen van de borstkanker. Op basis van de uitkomst van de MammaPrint bespreekt uw behandelaar met u of u wel of geen aanvullende chemotherapie nodig heeft. De MammaPrint  beoordeelt en analyseert 70 genen in uw borsttumor. De test is een zogeheten ‘vingerafdruk’ van de tumor. Zo’n test wordt ook wel een ‘genexpressietest’ genoemd. De  MammaPrint is geschikt voor bepaalde vormen van borstkanker. U behandelaar kan u hier verder over informeren.